De techniek achter geothermie: KWO & BEO

KOUDE WARMTE OPSLAG (KWO)

Om KWO te realiseren worden in een watervoerende laag twee of meer putten geboord. In de zomer wordt, als er vraag naar koeling is, koud grondwater uit één van de putten opgepompt. Via een warmtewisselaar wordt de koude aan het gebouw, het industrieel proces of andere verbruiker afgegeven. Het opgewarmde grondwater wordt in een tweede put, genaamd "warme bron", geïnjecteerd.

In de winter, als er behoefte aan warmte is, wordt het opgeslagen warme grondwater weer opgepompt.
 

Via dezelfde warmtewisselaar wordt de warmte afgegeven aan de verbruiker (in verwarming meestal via een warmtepomp). Het grondwater koelt door deze afgifte van warmte af en wordt weer in de eerste put, genaamd "koude bron", geïnjecteerd. Hier blijft de koude opgeslagen tot er in de volgende zomer weer behoefte aan koeling is. Zowel de opgeslagen koude als de opgeslagen warmte worden bijgevolg gevaloriseerd.

BODEM ENERGIE OPSLAG (BEO)

Via BEO wordt de thermische energie met de ondergrond gebracht met behulp van een gesloten hydraulisch circuit bestaande uit een aantal verticale warmtewisselaars. Dit zijn kunststofbuizen die als een lus in een
20 tot 150 m diep boorgat worden ingebracht.
 

Door meerdere wisselaars op korte afstand van elkaar aan te brengen, wordt een zeker opslagvolume gecreëerd. Meestal wordt een BEO-veld voor verwarming gekoppeld aan een warmtepomp, voor koeling wordt maximaal met "natural cooling" gewerkt. De warmtepomp onttrekt warmte aan de bodem tijdens het stookseizoen. Dit proces leidt tot een globale afkoeling van de ondergrond aan het eind van het stookseizoen.

In de zomer kan dit systeem vervolgens de bodemkoude vrij benutten. Dit zorgt voor duurzame koeling en vermijdt uitputting van de bodem door regeneratie.